Natuur

Met de realisatie van de Boerenschans ontstaan er verschillende droge en natte biotopen:

Moerassig open gebied

Hier moet gedacht worden aan een open overstromingsvlakte / moeras. Waarschijnlijk zijn gedeelten van het Loobeekdal vroeger in gebruik geweest als vloeiweide. Op de Tranchotkaarten kan men nog aan- en afvoerslootjes daarvan terugvinden. Vele soorten zouden zich hier thuisvoelen.

Deze overstromingsvlakte zou het ideale nieuw in te richten leefgebied zijn voor de Grote modderkruiper. In het moerassig gebied zal ook minimaal een grote amfibieën poel worden aangelegd, met een diepte van anderhalf tot op plaatsen 2 meter.deze poel mag niet in rechtstreeks contact staan met de beek om de aanwezigheid van vis te voorkomen. Soorten als Poelkikkers, padden en verschillende watersalamanders waaronder Kamsalamanders zullen zich er thuis voelen. De Kamsalamander komt voor in het uiterste zuiden van de Loobeek en het is voor de soort noodzakelijk dat zij kan uitbreiden in het Loobeekdal.

Buitenste wal

De buitenste wal (van 550 meter breed) zal aan de buitenkant voornamelijk aangeplant worden met stekelige struiken zoals Braam, Framboos, Kruisbes, Sleedoorn, Meidoorn, Hondsroos en Eglantier. Voor andere vruchtdragende struiken is er ook een plaats. Gedacht moet worden aan Kardinaalsmuts,Vuilboom, Vlier en Gelderse roos. Er moeten een paar knotwilgen aangeplant worden waar de Steenuil zou kunnen nestelen. De Boerenschans met zijn omgeving vormen een ideaal biotoop voor deze soort, zeker met de schapenbegrazing en de aanleg van enkele hooibergen.

Struweelvogels als Nachtegaal, Spotvogel, Braamsluiper, Geelgors, Kneu, Groenling, Zwartkop en Tuinfluiter maar ook Blauwborst, Grauwe klauwier en Roodborsttapuit zullen er een optimaal biotoop vinden. In de herfst zal het een eldorado zijn voor vruchtenetende vogels op de trek. Ook in de winter zullen vogels er schuilplaatsen voor de nacht vinden en voedsel.

In de buitenwal zal een vleermuisonderkomen worden gemaakt dat vorstvrij zal zijn. Uit- en invliegopening zal waarschijnlijk aan de binnenzijde aan de grachtzijde komen. De buitenwal die veel insecten aantrekt zal een fantastisch jachtterrein voor verschillende soorten vleermuizen zijn.

Gracht

De gracht, van 5 meter breed en 500 meter lang levert voor veel soorten kansen op. De Waterspitsmuis is in 2007 zuidelijk van de Overloonse weg aangetroffen. Hemelsbreed maar een paar honderd meter afstand van de locatie waar de Boerenschans gepland is. Deze muis vindt in de 500m lange en 5 m. brede gracht een prima biotoop. Ook de overstromingsvlakte kan voor de soort belangrijk zijn. Langs de gracht zullen ruige en grazige bermen zijn. Daar de stroomsnelheid in de gracht nihil is kan er een heel nieuw biotoop ontstaan voor vissen.

Binnenwal

De binnenwal van (490 meter) zal heel anders van aard zijn als de ruige buitenwal. De binnenwal wordt een bloemrijk grasland. Zij zal van tijd tot tijd begraasd worden door schapen. Hier moet goed over nagedacht worden dat niet alles tegelijk begraasd wordt maar steeds gedeelten. Dit grasland moet belangrijk worden voor o.a. insecten zoals vlinders,sprinkhanen, solitaire bijen enz.

Binnenterrein

Het binnenterrein zal worden ingericht als een bloemrijk grasland. Er zullen akkertjes worden aangelegd met oude graanrassen in samenwerking met de molen in Merselo. Er zal plaats zijn voor akkeronkruiden. Hier zal het terrein ook onderhouden worden met schapen. Het blijft ook hier maatwerk. Niet alles tegelijk begrazen en rekening houden met de bloei van bloemen en grassen.